ECO school

ECO-schools: géén woorden, maar duurzame daden!
 
We zijn ons allemaal bewust van het feit dat, als wij niet bewust met onze natuurlijke omgeving omgaan, die omgeving ons in de toekomst niet meer de door ons gewenste kwaliteit kan leveren. Maar hoe brengen wij deze boodschap over naar de hedendaagse jeugd.
Voortdurend over deze zaken met kinderen praten is een goede mogelijkheid, die overigens het risico inhoudt van “daar komt weer zo’n verhaal” als het alleen bij woorden blijft. Woorden horen en lezen we genoeg in de geschreven pers, op de televisie en radio, dagelijks.
Wil de boodschap echt goed doordringen tot kinderen, maar ook tot volwassenen, dan moet je er bewust mee bezig zijn: iets doen, de resultaten ervan meten en trots op de resultaten kunnen zijn. En het “doen” moet een onderdeel gaan vormen van onze dagelijkse bezigheden, routinematig en dus vanzelfsprekend worden.    
Er zijn veel middelen denkbaar om natuurvriendelijk gedrag methodisch in ons leven aan te brengen. Het basisprincipe is echter altijd dezelfde: iets bewust doen, de resultaten daarvan meten en vervolgens het “doen” op basis daarvan evalueren en eventueel bijstellen.
Zijn de resultaten positief, dan is het zeker ook nog eens zinvol om dit onder de aandacht van anderen te brengen en daarmee een zekere eigen trots te profileren. Zeker bij de jeugd werkt dit stimulerend; de trots heeft de rol van beloning.
 
Het ECO-SCHOOLS programma is een hulpmiddel, gebaseerd op dit principe en dat inmiddels op de openbare basisschool De Molenvliet in Stad aan ’t Haringvliet bewezen heeft te werken. Het ECO-SCHOOLS programma draagt ideeën aan, die door leerlingen van scholen toegepast kunnen worden, afhankelijk van de lokale situatie. Hierbij kiezen de leerlingen bewust voor acties die in hun omgeving passen en die door hen uitgevoerd kunnen worden. Dit kiezen gebeurt binnen een zogenaamde ECO-werkgroep bestaande uit leerlingen en waarin bijvoorbeeld een leerkracht het schoolteam vertegenwoordigd en waarin ook heel goed een vertegenwoordiger van de ouders aanwezig kan zijn. Binnen de werkgroep worden voorstellen gedaan voor acties door de leden van de werkgroep zelf. Deze acties bereiken de werkgroep op basis van externe ideeën via bijvoorbeeld pers of mailing of andere vormen van communicatie. De kinderen in de werkgroep besluiten welke acties ze gaan uitvoeren en hoe dat dan gedaan gaat worden. Zij zijn de tussenpersonen naar de andere leerlingen, die overigens allemaal betrokken worden bij de uitvoering.
Binnen de gehele school worden deze acties ruimschoots gecommuniceerd, zodat iedereen ook daadwerkelijk zijn of haar steentje kan bijdragen en het is natuurlijk ook zaak dat alle ouders via bijvoorbeeld een schoolkrant of website hierover geïnformeerd worden.
De volgende fase is het meten van de resultaten. Door de resultaten van de acties breeduit te communiceren ontstaat er een soort prestatiegevoel. Dit gevoel stuurt vervolgens weer aan om nog betere resultaten te bereiken. Het communiceren van de prestaties kan op eenvoudige wijze gebeuren. Bijvoorbeeld het publiceren van de kilo’s verzameld oud papier, batterijen, oude kleding, of het verbruik van elektriciteit, gas, water, etc in een bepaalde actieperiode.
Het expliciet maken van resultaten is een wezenlijk onderdeel van de methodiek en nodigt alle betrokkenen uit tot deelname aan acties en het eventueel bijstellen ervan.
De laatste fase is dit bijstellen van acties. Als de resultaten onvoldoende blijken kan het zijn dat er aanpassingen gemaakt moeten worden aan procedures, meer bekendheid of nadere toelichting. Ook kan het zijn dat een bepaalde actie niet zinvol blijkt te zijn en er daarom maar mee gestopt moet worden.
ECO-schools voorziet in een systeem, waardoor de school punten verzameld op basis van uitgevoerde acties. Indien een bepaald punten aantal bereikt wordt, kan de “groene vlag” aangevraagd worden en het symbolisch hijsen ervan geeft de school de status van duurzaam bezig zijn met de natuurlijke omgeving. Een moment waarop alle leerlingen trots zijn en dat stimulerend werkt om in de toekomst steeds meer te doen.
Dat moet ook, omdat via periodieke audits de groenstatus van de school gecontroleerd wordt en afhankelijk van dat resultaat de groene vlag mag blijven wapperen! Het is dus zeker geen vrijblijvend gebeuren en dat houdt de jeugd wakker en moedigt de creatieve geest aan voor het opzetten van nieuwe acties.
 
Van de schoolleiding en het bestuur worden ook een aantal zaken verwacht om aan ECO-schools te voldoen. Zo begint hun rol met het opstellen en ondertekenen van een intentieverklaring waarbij alle betrokkenen verklaren te streven naar een milieubewuste en duurzame school. Dit betekent ook concreet dat het schoolbestuur in haar beleid steeds de vraag moet stellen of voorgestelde maatregelen wel conform deze intentieverklaring zijn. Dit betreft natuurlijk bouwkundige voorzieningen, de omgang met afval en besluiten inzake de aanschaf van goederen en middelen. Ook hierbij is de communicatie van beleid en maatregelen een belangrijk aspect ter profilering van het “groen”zijn.
 
Hier een aantal voorbeelden van acties, die sinds 2005 in de basisschool De Molenvliet door de leerlingen opgezet zijn:
De praktijk heeft aangetoond, dat de groene activiteiten van de basisschool De Molenvliet een enorme uitstraling heeft over het gehele dorp. Bij de recente acties voor het ophalen van zwerfafval, werd amper nog zwerfafval aangetroffen. De uitstraling van de kinderen inzake hun ecobewustzijn naar ouders en de rest van hun omgeving is toonbaar aanwezig. Jonggeleerd is oud gedaan is hierbij zeker van toepassing en dit is tevens de basis voor een duurzaam ecobewustzijn.

Klik hier voor de foto's van de uitreiking van de ECO vlag.
Klik hier voor de uitzending over het eco-project op Leraar24.
Klik hier voor nieuws op de website van ECO schools.nl.